LBMS staat voor het ‘Laban Bartenieff Movement System’.
Dit systeem onderscheidt een aantal fundamentele bewegingspatronen (zoals kop-staart, links-rechts, boven-onder), die essentieel zijn voor gezonde motorische ontwikkeling. Door deze patronen opnieuw te oefenen, kunnen vastgeroeste gewoontes worden doorbroken. Dat zorgt voor:
- Een rijker en expressiever bewegingspalet
- Meer balans tussen binnenwereld en buitenwereld (Space Harmony)
- Meer ontspanning en efficiëntie in dagelijkse bewegingen
Rudolf Laban (1879 – 1958) was de eerste die het menselijke bewegingspotentieel grondig analyseerde en een theoretisch raamwerk ontwikkelde voor de observatie en analyse van beweging. Verder ontwikkelde hij ‘beweegtoonladders’ om mensen te leren met meer gemak en rijker te bewegen en hij ontwierp een methode om beweging te noteren. Zijn werk is van onschatbare waarde geweest voor acteurs, choreografen, de moderne dans, maar ook voor traumabehandeling en bewegings- en danstherapie. Inmiddels kent LBMS vele andere toepassingen (zoals in computeranimatie, antropologie, robotica, maar ook in management consultancy en kinderpsychologie).
Laban identificeerde verschillende componenten van menselijke beweging:
- WAT beweegt (Lichaam),
- HOE beweegt iemand (Effort; de intentie of energetische kwaliteit)
- WAAR beweegt iemand (Ruimtegebruik)
- De relatie van lichaam tot de omgeving (VORM)
Daarnaast letten de toepassers van dit systeem bijvoorbeeld op: Frasering (begin-midden-eind, accenten), Dualiteiten (zoals: Functie/Expressie, Binnen/Buiten, Inspanning/Herstel, en Mobiliteit/Stabiliteit), Ontwikkelingspatronen en Relaties. Labans theoretische en praktische raamwerk (LBMS) onwikkelt zich nog steeds verder.
Laban was vooral visionair waar het zijn onderzoek betrof naar ruimtegebruik (Space en Space Harmony) en zijn observaties omtrent Effort, de intentie, energetische kwaliteit ofwel het hoe van beweging. De categorie ‘lichaam’ was in het begin veel minder uitgewerkt. De uitwerking daarvan is de verdienste van Irmgard Bartenieff (1900-1981), een belangrijke leerling van Laban. Zij was danseres en fysiotherapeut en werkte onder andere met verlamde poliopatienten en anderen met fysieke beperkingen. Net als Laban ging zij uit van een integrale benadering van lichaam en geest. En net als Laban werkte ze niet aan specifieke spiergroepen of lichaamsdelen, maar probeerde om de hele bewegingsrijkdom en lichaamsconnectiviteit van haar patienten en leerlingen te vergroten. Bartenieff is een van de grondleggers en pioniers van de dans- en bewegingstherapie.
Sinds mijn allereerste kennismaking met LBMS in 2013, ben ik gefascineerd door de rijkdom en mogelijkheden van dit systeem. Hoewel ik er in het begin weinig van snapte en bewegingsanalyse erg moeilijk vond, zag ik het potentieel van het uitbreiden en verrijken van je eigen beweegpatronen (en daarmee denkpatronen). Helaas werd de opleiding tot bewegingsanalist alleen aangeboden in Berlijn, Tel Aviv, New York of nog verder weg. Toen me in 2018 ter ore kwam dat het EMOVE Institute een driejarige LBMS-opleiding zou opzetten in de studios van Codarts in Rotterdam, heb ik mij meteen ingeschreven. In de zomer van 2022 studeerde ik af op een cross-over eindproject tussen LBMS en Meditatie. Aan de hand van een Boeddhistische Mandala onderzocht ik vier maanden lang mijn eigen bewegingspatronen en hindernissen en leerde zo onnoemelijk veel over de connectie tussen lichaam en geest.






